Vandaag zou hij, of moet ik zeggen… is hij 32 jaartjes geworden.
Een leeftijd waarop levens vorm krijgen, keuzes wortelen, en gezichten veranderen door alles wat ze hebben meegemaakt.

En ik… ik tel de jaren anders.
Vier jaar stilte. Vier jaar zonder een woord, zonder een teken, zonder een spoor dat mij naar hem terug kan leiden.

Ik weet niet waar hij is.
Soms stel ik me voor dat hij in een drukke stad loopt, anoniem tussen mensen die hem niet kennen zoals ik hem kende.
Soms zie ik hem juist ergens rustig, misschien aan zee, kijkend naar de horizon zoals hij vroeger kon doen — alsof hij daar antwoorden vond die hij niet uitsprak.

Ik weet niet wat hij doet.
Heeft hij werk dat hem voldoening geeft?
Of dwaalt hij nog, zoekend naar iets wat hij zelf misschien niet eens kan benoemen?

En hoe zou hij er nu uitzien?
Zijn gezicht… ouder, vast. Misschien baardgroei die hij vroeger nog niet had.
Zijn ogen… zijn mooie donkere ogen die niet op waarheid waren afgestemd.

Soms probeer ik zijn stem te herinneren.
Maar zelfs die begint te vervagen.
En dat is misschien nog wel het pijnlijkste — dat herinneringen stilletjes veranderen, zonder dat je het wilt.

Hoe zou hij leven?
Eet hij goed? Lacht hij nog?
Heeft iemand hem ooit gevraagd hoe het écht met hem gaat?

En dan die vraag die alles overstemt…
Denkt hij nog aan mij?

Misschien heel soms.
Bij een geur.
Bij een liedje.
Bij een herinnering die onverwacht opduikt en net zo snel weer verdwijnt.

Of misschien helemaal niet.

Maar ik…
Ik denk elke dag aan hem.
In kleine momenten.
In grote stiltes.
In alles wat ontbreekt.

Want een moeder stopt niet met wachten.
Niet na vier jaar.
Niet na een leven lang.

De wereld draait door, mensen gaan verder, dagen worden jaren…
maar ergens, diep vanbinnen, blijft er een plek onaangeroerd.

Een plek waar hij nog steeds is.
Waar hij altijd zal zijn.

Mijn zoon.
Mijn verloren zoon.
En de stilte die hij achterliet… die spreekt luider dan duizend woorden.